Panamese Skyscrapers

vrijdag 16 september 2011

Comarca de Kuna Yala

Beste mensen hier zijn we dan weer.
Een tropisch eiland met witte stranden dat is toch fantastisch! Maar je moet er wel wat voor doen. De Kunu hebben namelijk een semi-autonoom leefgebied. Dat betekent dat ze voor veel zaken hun eigen wetten hebben. Ze laten per dag zo'n 22 auto's op de enige weg naar hun zeer omvangrijke gebied toe. Dat gebied reikt tot aan Colombia. Dan moet de chauffeur ook nog eens door de Kunu geautoriseerd zijn. En dan mag de chauffeur nog niet altijd bij de vaste steiger parkeren. Waar dat vanaf hangt, weten we niet precies. Dat is toch wel handig omdat het overgrote deel van de Kunu op eilanden leven. Maar er is een mogelijkheid om op een baggerige uitwijkplaats uit te stappen – een soort gedoogoevertje van een rivier. Verder moet je bij de grens $6 betalen en bij het overstappen naar het bootje $2. Paspoorten worden gecontroleerd en in de middag is de poort bij de grens op slot. Nou, er hangt een ketting met een slot, maar het slot is toch open. Tot zover de praktische zaken.

We varen zo'n drie kwartier vanuit het haventje met twee bamboehuisjes naar het eiland. Verder loopt er een cameraploeg met entourage rond, maar gelukkig gaat die niet met ons mee. We weten niet hoe groot ons eiland is, maar het heet Kuanidup Grande. Er is ook een kleiner Kuanidup eiland. Verspreid liggen vele eilandjes, ver van elkaar, met soms maar een paar palmbomen en (g)een huisje. Dan weer een eilandje dat slechts zo groot is als de twee huizen die erop staan, zonder bomen. Hoe lang houd je het daar op uit? De Kuna leven van de visvangst en nu is het het kreeftseizoen. Alleen Kuna mogen de eilanden bezitten en daar wordt streng op gecontroleerd.

Als we bij het eilandje aankomen zien we dat het niet groot is. Het is zo'n 100 meter lang en 30 meter breed. Het heeft een paar bamboehuisjes, een gemanicuurd grasveldje en het is omringd door wit zandstrand. Het is een echt bountyeiland. Vaste bewoners zijn krabben, zes steltlopertjes, een tiental spreeuwachtigen en af een toe landt er een roofvogel. Een droomplaatje en tegen de avond met de zachte kleuren van de ondergaande zon die neervallen op het eilandje, is het het ultieme paradijs. Echt fantastisch. We snorkelen snel een paar rondjes en zien talloze vissen in het blauwe water, koraaltuinen en een prachtige krab. We zien paarse, rode koralen als waaiers en in andere vormen. Het is hier relaxen, chillen in de hangmat, zwemmen en dus volop genieten. Het eten is drie keer per dag netjes verzorgd. We bezoeken Isla Perro (Dog Island) waar een schip gezonken is. Hieromheen kun je fantastisch snorkelen, vissen en koraal in overvloed met alle spetterende kleuren en natuurlijk weer een glasheldere zee. Als we op Kuanadip terugkomen, zwemt er een enorme, ontzagwekkende barracuda van meer dan een meter onder de gammele houten aanlegsteiger. De jonge schipper rent naar zijn harpoen en schiet op de vis, maar mist. De vis blijft in leven, wat wel een fijne gedachte is – hij is te mooi.

Op de voorlaatste dag bezoeken we het eilandje Urnaguadip. Het is hun stad en heeft 800 inwoners. We wandelen door de hoofdstraat met huisjes, drie winkeltjes en een schooltje. Er is een groot bamboe dorpshuis. Hier vergaderen de vier chiefs en verzorgen zij de rechtspraak. Als je een misdaad pleegt, wordt er bediscussieerd of je er met een geldstraf vanaf komt, dan wel dat je van het eiland wordt verbannen. De mensen zijn vriendelijk. Ze gaan ook graag op de foto, zowel kinderen als volwassenen hebben dan recht op 1$ per persoon. Ze zijn arm en moeten toch ergens van leven. De kinderen zien er goed uit, maar soms ook verwaarloosd. We kopen ook nog wat lobsters voor vanavond. Wandelend door de straatjes knopen we gesprekjes aan met de mensen. Ze zijn zeer vriendelijk, maar ook wat verlegen. O ja, Digiti na is goedendag in het Kuna. De kinderen spelen en een paar vrouwen, vaak niet groter dan 1.50 meter, proberen wat sieraden of mola's te verkopen. Ondanks hun beperkte lengte is basketbal hier de favoriete sport. Overal, en dus ook hier, hebben ze een basketbalveldje. Al wandelend komen we op een tweede “eiland”. De eilanden zijn verbonden en zijn niet van elkaar te onderscheiden. Als je over een voor ons onzichtbare grens stapt (net voor het basketbalveldje), mag je weer een dollar entree betalen. Mysterieus, maar het is nu eenmaal een ander dorp.

We besluiten de volgende dag een paar uur later te vertrekken. We willen nog even extra genieten van dit paradijsje van een paar vierkante meter wit zandstrand. Het is geen luxe resort, maar naar de solitaire mogelijkheden zeker comfortabel te noemen. Een echte aanrader en een fantastische afsluiting van de Panamareis.

Beste volgers, bedankt voor het lezen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten